’Dierbaar Dier’

Naar aanleiding van de dertigste verjaardag van het verschijnen van het boek Animal Liberation van de Australische filosoof Peter Singer zal de zomerweek van Aardewerk dit jaar gewijd zijn aan het controversiële debat over het dierenvraagstuk.

Menselijke en niet-menselijke dieren maken samen deel uit van de grote ecologische gemeenschap, biologisch gezien zijn wij allen familie van elkaar. Maar van oudsher zijn wij ook voedsel voor elkaar. Eerst hebben zij op ons gejaagd, dan wij op hen, vervolgens hebben wij hen onderworpen en tot slaaf gemaakt of als ongedierte bestempeld en verdelgd. Met de overgang naar landbouw en veeteelt treedt er een radicale splitsing op tussen gedomesticeerde, mensbepaalde natuur en wilde natuur. In de beschaving wordt onze houding tot de niet-menselijke dieren bepaald door hun nut of de bedreiging die zij vormen voor de mens en zijn akkers en veestapel. Met de overgang naar landbouw en veeteelt begint de geschiedenis van de meedogenloze uitbuiting van de dierlijke lichamen die in onze tijd naar omvang en graad van wreedheid haar hoogtepunt bereikt. Maar wat wij hen hebben aangedaan, hebben wij ook onszelf aangedaan. Hun slavernij en uitbuiting gaat hand in hand met de slavernij en uitbuiting van mensen die door andere mensen bij de "beesten" worden gerekend. De frustraties en agressie die het dwangregime van de beschaving bij de daaraan onderworpenen voortbrengen vinden hun uitlaatklep in wreedheden tegen de beesten in dierlijke en menselijke gedaante.

Terwijl wij mensen, alleszins wij beschaafde mensen, subjecten zijn, zijn de dieren slechts objecten en als dusdanig bruikbaar en consumeerbaar. Als vrije en zelfbewuste wezens zijn wij in waarde ver verheven boven hen die slechts leven volgens hun instincten en driften. Zij hebben geen deel aan het eigenlijk menselijke drama van liefde en haat, van streven naar macht en vervolmaking, van ontwikkeling en vooruitgang. Zij behoren tot de natuur die wij moeten onderwerpen en manipuleren om een echt menselijke wereld te kunnen opbouwen.

Tegengesteld aan deze overtuiging van onze verhevenheid boven de niet-menselijke dieren omwille van onze menselijke bestemming is de andere overheersingsideologie: wij zijn de machtige roofdieren die recht op hun prooi hebben. Als wij hun lichamen consumeren doen wij niet anders dan de leeuw die het wildebeest verscheurt.

Of wij ons nu op weg zien naar verheven menselijke doeleinden of als archaïsche jagers, zij, onze niet-menselijke mededieren zijn hoe dan ook weerloos uitgeleverd aan het menselijk geweld en de menselijke willekeur. Wij hebben niet veel meer te vrezen van hen. Waarom zouden wij ons druk maken over hen? Waarom zouden wij de verworven privileges, het verworven recht van de sterkste op hun lichamen prijsgeven? Waarom zouden wij afstand doen van het genot dat hun vlees ons geeft?

Misschien echter dat hun trieste lot verband houdt met de crisis waarin het menselijke huishouden op aarde thans verkeert. Misschien dat de verhouding tot onze mededieren niet zonder belang is voor wat er met onszelf gebeurt en wat wij onszelf aandoen. Wie zijn zij, de niet-menselijke anderen? Wat zit er onder hun vacht, hun schubben en veren: waarnemingen, gedachten en gevoelens die min of meer zoals de onze zijn of slechts de software van een biologische computer? Hoe is hun lot met het onze verbonden? Wat hebben zij ons te leren over wie wij zijn en over wat wij zouden moeten zijn?

Wij willen ons op de zomerweek confronteren met de realiteit van het bestaande dierenuitbuitingssysteem en met de geïnstitutionaliseerde verdringingsmechanismen die ervoor zorgen dat de waarheid wordt toegedekt. Wij willen kritisch kijken naar onze eigen overtuigingen en rationaliseringen. Wij willen de vraag stellen naar de subjectiviteit van de niet-menselijke dieren, naar hun zijn. Wij willen kijken naar de lange geschiedenis van de mens-dier-relatie en welke rol dieren in onze geschiedenis hebben gespeeld. Wij willen de moeilijke vraag stellen naar de verhouding tussen natuur en cultuur: is het eten van vlees natuurlijk of cultureel bepaald? Daarbij hoort ook de vraag naar de verhouding tussen een ecologische visie en de inzet voor dierenbevrijding en dierenrechten. Gaat achter de dierenethiek een anti-ecologisch paradijsverlangen schuil, een ontkenning van de ecologische realiteit? Uiteindelijk zullen wij ons moeten afvragen hoe wij hen willen zien en benaderen, welke plaats wij hen willen geven in onze wereld, een gelijkberechtigde of een ondergeschikte, als volwaardig mededier of als consumeerbaar object. Tenslotte willen wij ook stilstaan bij de politiek van de strijd voor dierenrechten. In hoeverre is het dierenvraagstuk een persoonlijke of een politieke kwestie? Hoe moeten wij staan tegenover het militante dierenrechtenactivisme?

Wij zullen voor onze bezinning beroep doen op een aantal belangrijke auteurs in het dierendebat: Peter Singer, Tom Regan, Paul Shepard, Jim Mason, Carol Adams, Stephen M. Wise e.a.

zomerweken.html