PROGRAMMA
Zoals uit het programma blijkt, strekt het groene denken zich uit van de meest fundamentele filosofische vraagstukken omtrent ons mens- en natuurbeeld tot de vragen van economie, politiek en levensstijl. Er bestaat in dit groene denken op alle vlakken een grote rijkdom aan opvattingen en visies. De opleiding beoogt dan ook geen sectaire indoctrinatie, maar een tot discussie uitnodigende inleiding in het groene gedachtegoed. Uit de verschillende onderdelen van het programma zal stilaan duidelijk worden waarin de eigenheid van het groene denken bestaat en dat deze eigenheid verder reikt dan de aandacht voor het ecologische draagvlak van de menselijke economie.
1.ULRICH MELLE 16 OKTOBER 2010
INLEIDING VAN DE ECOLOGISCHE GESCHIEDENIS EN DE GESCHIEDENIS VAN DE ECOLOGISCHE BEWUSTWORDING
De verwondering en de bezorgdheid over de macht van de mens om het natuurlijke milieu ingrijpend te veranderen is al oud. Volgens sommigen begint de ecologische crisis met het ontstaan van landbouw en veeteelt, ruim tienduizend jaar geleden. Maar misschien moet men voor de beslissende omwenteling in de krachtsverhoudingen tussen mens en natuur nog veel verder teruggaan in de tijd, tot het tijdstip waarop de mens leerde het vuur te beheersen en te gebruiken. Het is echter pas met de Europese kolonisatie en de industriële revolutie dat het menselijk huishouden explosief begint te groeien, zowel wat het aantal mensen als wat hun verbruik aan natuurstoffen betreft.
Mijlpalen van de recente geschiedenis van de ecologische bewustwording zijn het verschijnen van Rachel Carson’s boek Silent Spring in 1962, en het eerste rapport aan de Club van Rome tien jaar later. De titel van het rapport “Grenzen aan de groei” benoemt het centrale ecologische probleem: hoe ver kan en mag het menselijke huishouden in materieel opzicht groeien ten koste van de niet-menselijke natuur?
Aan het einde van de jaren zeventig en in het begin van de jaren tachtig ontstaan in vele landen groene partijen. De oude politieke tegenstellingen, zo wordt gesteld, zijn slechts nog van secundair belang gezien de dreiging van een ecologische catastrofe. In hun nu al dertigjarige geschiedenis hebben de groenen veel water in hun radicale wijn moeten doen. Geregeld verdringen de interne problemen van het menselijk huishouden de ecologische problemen, ook al heerst er thans grote overeenstemming dat de sociale en de ecologische problemen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Op deze dag zullen we stilstaan bij de lange en bewogen geschiedenis van de ecologische bewustwording, en de groene ideologie en politiek.
2. ERIK PAREDIS 13 NOVEMBER 2010
DUURZAME ONTWIKKELING TUSSEN RADICAAL DISCOURS EN POLITIEKE REALITEIT
Duurzame ontwikkeling kun je omschrijven als een vorm van ontwikkeling die tegelijkertijd én mensen levenskwaliteit biedt, én rekening houdt met de draagkracht van de aarde, én rechtvaardig is, én op een participatieve manier gerealiseerd wordt. Hoge eisen dus die gesteld worden aan ontwikkeling. En het is niet moeilijk om in te zien dat een transitie naar een samenleving die met al die eisen oprecht rekening houdt, voor een hele reeks moeilijke keuzes komt te staan. Zo gaan bijvoorbeeld de grote systemen waarop onze welvaart gebouwd is (zoals het voedsel-, het mobiliteits- of energiesysteem), gepaard met groeiende duurzaamheidsproblemen. Tenzij daar gekozen wordt voor radicale vernieuwing, zal de situatie enkel verergeren.
Het merkwaardige aan het begrip duurzame ontwikkeling is echter dat het – mede door zijn origine in VN-kringen – ook zeer behoudend geïnterpreteerd kan worden. Duurzame ontwikkeling wordt in die interpretatie synoniem met en zelfs afhankelijk van vrijhandel en snelle economische groei.
We gaan tijdens deze dag op zoek naar een interpretatie van duurzame ontwikkeling die recht doet aan de ambities van het begrip. Komen o.a. aan bod: ecologische voetafdruk; milieugebruiksruimte; ecologische schuld; efficiëntie, genoeg en herverdeling op wereldvlak; systeeminnovatie en transitiedenken. De ambiguïteit van het duurzame ontwikkelingsdiscours en de moeilijke vertaling naar politiek en maatschappelijk handelen worden daarbij niet uit de weg gegaan. Als een rode draad doorheen het verhaal loopt de zoektocht naar het veranderingspotentieel van duurzame ontwikkeling en de grens tussen radicaal discours en ‘les mains sales’.
3.JEF PEETERS 18 DECEMBER 2010
DE CONTRAPRODUCTIVITEIT VAN HET INDUSTRIALISME EN CRITERIA VOOR EEN GROENE
TECHNOLOGIE
Het moderne productiesysteem, door Lewis Mumford de ‘megamachine’ genoemd, werd door meerdere auteurs beschreven als een op elkaar ingrijpen en samenwerken van wetenschappelijke en technologische ontwikkeling en kapitaal: het WTK-bestel (Vermeersch). Vanuit die samenhang focussen we in deze cursusdag op de kenmerken van de moderne wetenschap en techniek, de moderne vormen van arbeidsorganisatie die daarmee samenhangen, en de daaruit voortkomende industriële productiewijze. Groene denkers als Illich, Commoner en Ullrich noemen die productiewijze ‘contraproductief’, zowel op vlak van behoeftebevrediging en sociale verhoudingen, als van milieueffecten. Technologiekritiek was dan ook steeds een belangrijk aspect van de groene beweging. De anti-kernenergiebeweging en de strijd tegen ggo's illustreren dat het daarbij niet enkel over milieu en veiligheid gaat, maar ook over maatschappelijke macht en de herstructurering van de menselijke leefwereld. Daarmee sluit groene technologiekritiek ook aan bij de cultuurkritiek op de moderne maakbaarheids- en controlewaan. Vanuit die kritiek zal dan gekeken worden naar belangrijke criteria voor een ‘andere’ techniek.
4.ULRICH MELLE 15 JANUARI 2011
GESCHIEDENIS EN KRITIEK VAN HE KAPITALISME
De globale sociaal-ecologische crisis is het rechtstreekse gevolg van een economisch handelen dat hoe langer hoe meer uitsluitend door het winstprincipe in termen van de verhoging van het geldbezit wordt bezield. Het economisch stelsel waarin een dergelijk handelen wordt aangemoedigd, heet het kapitalisme. De oogverblindende kant van het kapitalisme is zijn productiviteit, zijn vermogen om een onophoudelijke stroom van goederen en van materiële rijkdom voort te brengen. Dit houdt de belofte in van de overwinning van elke schaarste en van een paradijselijke welvaart. In tegenstelling tot deze belofte gaat het kapitalisme gedurende zijn geschiedenis echter gepaard met onvoorstelbare materiële ellende voor de meerderheid van de bevolking, met een roekeloze uitbuiting van mens en natuur. Ook thans slaagt dit economisch stelsel ondanks zijn enorme productiviteit en zijn hoogtechnologische productiemiddelen er niet in om iedereen een menswaardig bestaan te garanderen en het natuurlijke milieu te bewaren. Op deze dag zal het inzicht in de wordingsgeschiedenis en de werking van het kapitalisme alsook zijn huidige bestaansvorm verdiept worden.
5.PETER TOM JONES 12 FEBRUARI 2011
GLOBALISERING, ECOLOGIE EN CHAOS
Ondanks alle goedbedoelde initiatieven om ‘duurzame ontwikkeling’ na te streven, gaat het bergaf met de gezondheid van het Ecosysteem Aarde. Het Noorden heeft de wereld meegezogen in een uiterst verleidelijk maar helaas onduurzaam ontwikkelingsmodel. In een eindige wereld is het milieubeslag van de mondiale consumptieklasse onmogelijk te veralgemenen naar alle mensen op aarde: de ecologische crisis en het mondiale rechtvaardigheidsvraagstuk zijn als een Siamese tweeling met elkaar verbonden. Bij de analyse van wat er vandaag misloopt in deze wereld hanteert Peter Tom Jones ‘niet-lineaire’ wetenschappen als chaos- en complexiteitstheorie, thermodynamica, ecologie en ecologische economie. Hij biedt een overzicht van het ontstaan van dit 'niet-lineair wetenschappelijk paradigma' en illustreert de enorme implicaties ervan. Wat is de invloed van deze nieuwe wetenschappen op ons begrip van milieuproblemen als globale opwarming en zich
mondialiserende gezondheidsrisico's? Hoe verhouden deze concepten zich tot een voorbijgestreefd vooruitgangsgeloof, temidden van degenererende sociaal-ecologische onevenwichten? Stevenen we af op een
implosie van het huidige wereldsysteem of zal men erin slagen een meer duurzame wereldorde te creëren? Chaos of orde uit chaos, is that the question? En wat kan het concept transitiemanagement ons bijbrengen in deze context? Onder het motto "optimisme is een morele plicht" gaat hij op zoek naar hoopvolle en aantrekkelijke uitwegen.
6.ALMA DE WALSCHE 19 MAART 2011
MILIEU EN ONTWIKKELING IN NOORD-ZUID PERSPECTIEF
HET DOMINANTE ONTWIKKELINGSMODEL, DE COLLATERALE DAMAGE EN DE VLUCHTROUTES VAN HET WESTEN
We bevinden ons in de greep van verschillende tipping points: ecologische, sociale, economische en politieke kritieke drempels die, eenmaal overschreden, voor zeer ernstige problemen zorgen. Voor een groot deel worden die problemen veroorzaakt door de impact van de mens op de planeet, meer bepaald door de manier waarop we ontwikkeling hebben begrepen en gestalte gegeven. Begin de jaren '70 al waarschuwde het rapport van de Club van Rome dat de planeet ernstig in gevaar zou raken als China en India zouden gaan vlees eten en auto rijden zoals het rijke Westen dat doet. Vandaag is het zover. Opkomende machten uit het Zuiden zijn in een razendsnel tempo aan hun ontwikkeling begonnen. Ze volgen daarbij in grote mate het Westerse ontwikkelingspad, het enige en dominante paradigma dat al ruim 200 jaar de richting aangeeft. Die nieuwe realiteit stelt ons wereldwijd voor een dilemma. Het rijke Westen heeft zijn welvaart slechts kunnen opbouwen door elders de nodige input daarvoor te halen. Vandaag worden we geconfronteerd met de eindigheid van de natuurlijke rijkdommen en met de grenzen van de planeet. Uit de talloze lokale en mondiale conflicten die hieruit voortvloeien, wordt duidelijk dat een herziening van het model zich opdringt. De ecologische economie stelt het model voor van contractie en convergentie. Het Westen moet krimpen opdat het Zuiden zou kunnen groeien om de basisbehoeften te voorzien. Hoe moeilijk die contractie voor het Westen is, blijkt uit de talloze ontsnappingsroutes die men telkens weer inslaat, in plaats van te kiezen voor fundamenteel nieuwe paden.
7.ULRICH MELLE 9 APRIL 2011
ECOLOGISCHE ETHIEK
Waarom zetten mensen zich in voor het behoud van de natuur? Zijn wij de niet-menselijke natuur, de dieren en planten, de soorten, de bergen, rivieren en meren moreel gezien iets verschuldigd, moeten wij rekening houden met hun “belangen” en “rechten”? Heeft de natuur een “recht” om niet aangetast te worden, om niet vervuild en niet uitgeroeid te worden? Een dergelijk recht te poneren lijkt absurd aangezien het de mogelijkheid van ons eigen bestaan en onze eigen ontplooiing in vraag stelt.
Het beginpunt van de ecologische ethiek is de discussie over het antropocentrisme en de vraag of de natuur of onderdelen van de natuur een inherente waarde hebben die wij moeten eerbiedigen. De vraag is of wij de natuur slechts moeten beschermen inzover het in ons eigen menselijk belang is of omwille van de natuur zelf en haar inherente waarde?
In de milieuethische discussie werd al vlug duidelijk dat er heel verschillende antwoorden op deze vraag mogelijk zijn en dat bovendien de vraag zelf precisering en verduidelijking behoeft. In de ecologische ethiek bestaat ondertussen een waaier van verschillende stromingen en aanzetten. Deze dag zal aan het veelstemmig debat in de ecologische ethiek gewijd zijn met bijzondere aandacht voor de recente ontwikkelingen met name de ecofeministische en postmoderne vormen van eco-ethiek. Daarbij zal blijken dat aan de hele discussie over onze morele verhouding tot de niet-menselijke wereld het meer fundamentele vraagstuk van onze vervreemding van de natuur ten grondslag ligt.
8. GEERTRUI CAZAUX 7 MEI 2011
OVER MENSEN EN ANDERE DIEREN, DIERENWELZIJN EN DIERENRECHTEN
Relaties met andere dieren spelen op de meest uiteenlopende vlakken van het leven van mensen een belangrijke rol. Deze veelheid van relaties toont hun verwevenheid met de maatschappij aan. Wilde dieren worden bejaagd, als bezienswaardigheid te kijk gesteld in dierentuinen, als zeldzaam exemplaar in het wild met veel egards behandeld of als een pest verdelgd. Miljarden gedomesticeerde dieren worden jaarlijks vetgemest en gedood om opgegeten te worden. Door de industrialisering, intensivering van de veeteelt, is het lot van landbouwdieren in niets meer vergelijkbaar met die van op het idyllisch gewaande boerenerf van vroeger. Het aantal gezelschapsdieren is de laatste decennia enorm toegenomen. Enerzijds krijgen ze de status van volwaardig gezinslid toegemeten, anderzijds belanden ze met miljoenen als wegwerpproduct in overvolle asielen. Dieren worden gebruikt als proefmodel in experimenteel onderzoek, als metgezel in therapeutische programma’s of als wapen bij rechtshandhaving.
De manier waarop dieren worden behandeld, wordt in veel van deze gevallen in vraag gesteld. Het ethisch discours over dieren kreeg met Animal Liberation van Peter Singer (1975) en The Case for Animal Rights van Tom Regan (1983) zijn fundamenten, maar ook vanuit ecofeministische hoek wordt gedebatteerd over het moreel statuut van dieren. Speciesisme is daarbij een kernbegrip, waarmee een houding wordt bedoeld die op grond van vooroordelen systematisch de belangen van andere dieren ondergeschikt maakt aan de belangen van de eigen (menselijke) soort. Diverse vragen stellen zich hierbij. Pleiten alle dierenbelangenorganisaties voor een vegetarische levensstijl? Is speciesisme in dezelfde lijn te beschouwen als racisme en seksisme? Impliceert het toekennen van dierenrechten ook dierenbevrijding? We verkennen de mogelijke antwoorden op deze en andere vragen, waarbij we diverse relaties tussen mensen en andere dieren als voorbeeld nemen.
9.EINDWEEKEND 28 - 29 MEI
JEANNEKE VAN DE VEN
ECOPSYCHOLOGIE
De ecopsychologie leert ons de verontrustende les dat de geestelijke gezondheid die ons in de samenleving met elkaar verbindt niet noodzakelijk de geestelijke gezondheid is die ons verbindt met de wezens met wie we de Aarde delen. Als we zouden kunnen kijken vanuit het gezichtspunt van de niet-menselijke natuur, dan zou datgene wat gezond gedrag lijkt in onze sociale praktijken waanzin blijken.
Vanuit verschillende invalshoeken gaan we op zoek naar verschillende bewustzijnsstijlen, verschillende vormen van in-de-wereld-zijn. Hoe kunnen we vanuit de psychologie inzichten in de mechanismen van individueel herstel doortrekken naar een genezing van de samenleving en de Aarde? Hoe kunnen we komen tot een andere subjectiviteit, tot de ontwikkeling van een ecologische gevoeligheid, tot identificatie met ander leven, tot een bewustzijnsverandering?
Het doel van de ecopsychologie is een brug te slaan over de historische kloof in onze cultuur tussen het psychologische en het ecologische; is te leren de behoeften van de planeet en van de persoon als een continuüm te beschouwen. De roep van de Aarde om bevrijd te worden van het zware gewicht van het industriële systeem dat wij gecreëerd hebben, is onze eigen roep om een schaal en een levenskwaliteit die ieder van ons zal vrijmaken om de complete persoon te worden waarvoor we geboren zijn.
JOHAN DEKLERCK
NATUUR EN EXISTENTIELE ERVARING
NAAR EEN ECOLOGISCHE RELIGIOSITEIT
Recente maatschappelijke ontwikkelingen brengen ons aan onze politieke, sociale, economische en ecologische grenzen. Ze confronteren ons meer en meer met een kwetsbaarheid, die het behoud van onze levensstandaarden en ons fysiek overleven zelf treft. Deze existentiële kwetsbaarheid komt, voor mij als criminoloog, ook terug in het aftasten van de grenzen van leven en dood, zoals het zich manifesteert in mediagenieke vormen van ernstige delinquentie, en waar mensen, niet uit romantiek maar als sociologische noodzaak, terug gedwongen zijn stil te staan bij het mysterie van het bestaan.
De natuur is het leven én de natuur is de dood. En mensen kunnen dit niet ontkomen, ondanks de gigantische culturele ontwikkeling. We zijn als mens deel van de kringloop van geboren worden en sterven. De integratie van deze kwaliteit niet als uitzondering, maar als basis van ons dagelijks leven, kan de grondslag vormen voor een religiositeit waarvan de natuur de grond vormt. Zo wordt de existentiële ervaring een mysterievolle, sturende ethische kracht voor ons dagelijks bestaan.
Lesgevers
De verschillende onderdelen van deze opleiding worden gegeven door mensen van Aardewerk en uit de brede ecologische beweging:
Ullrich Melle, Prof. milieufilosofie KULeuven, aardewerker
Erik Paredis, wetenschappelijk medewerker Centrum voor Duurzame Ontwikkeling, RUGent
Jef Peeters, docent sociale filosofie KHLeuven, aardewerker
Peter Tom Jones, Dr. in de Toegepaste Wetenschappen en publicist
Alma De Walsche, journaliste bij MO
Jeanneke van de Ven, psychologe, ecofeministe, aardewerkster
Johan Deklerck, Prof. juvenile criminology KULeuven
Geertrui Cazaux, doctor in de criminologie; redacteur Mensen & andere dieren (2001).
Thema’s tweede jaar
In het tweede jaar zal de nadruk vooral liggen op ecofilosofische thema's waaronder de plaats van de mens in de natuur, diepe ecologie, ecofeminisme, postmoderne milieufilosofie, systeemdenken over klimaat-energie-geld... Daarnaast zal er een sterk economisch en politiek luik zijn, beschouwingen over politieke filosofie, democratie en burgerschap, gekoppeld aan alternatieven, levensstijl en sociale praktijken.
Deze opleiding wordt gesteund door Oikos.