Aardekinderen
Aardekinderen, dat zijn we in wezen allemaal. Ook al blijken we ons steeds verder van de natuur te verwijderen. Onlangs verscheen het verontrustende boek "Het laatste Kind in het Bos" van Richard Louv. Daarin wordt de vaststelling gedaan dat kinderen in toenemende mate aan allerlei schermen gekluisterd zitten, in plaats van op verkenning en avontuur te gaan in de natuur. Dit gebrek aan contact met de natuur lijkt verband te houden met stoornissen als ADHD, overgewicht, stress en depressies. Omgekeerd blijkt dat een gezonde portie natuur tot gevolg heeft dat kinderen creatiever zijn en het beter doen op school. Maar ook voor volwassenen is contact met de natuur van vitaal belang voor een goede lichamelijke en geestelijke gezondheid. De natuur is de plaats bij uitstek om onze geest tot rust te brengen, onze aandacht te herstellen en ons deel te voelen van het grotere geheel.
In deze zomerweek buigen we ons samen met verschillende inleiders over het belang, zowel voor kinderen als voor volwassenen, van natuurervaringen.
Ullrich Melle schetst ons het volgens Paul Shepard cruciale belang van contact met een rijk en gevarieerd natuurlijk milieu in alle fasen van het groeiproces van kind naar volwassene. In elk van deze fasen heeft de opgroeiende mens bepaalde ontwikkelingsnoden en -behoeften, en verwacht dat aan die noden wordt beantwoord door zowel zijn sociale als zijn natuurlijke omgeving. Daarbij blijken vooral de dieren van uitermate grote betekenis te zijn.
Kees Both zal vervolgens twee bijdragen leveren over de relatie kind – natuur. In een eerste deel over vervreemding en verbondenheid, worden twee facetten van de vervreemding van kinderen van de natuur belicht: het teloor gaan van wezenlijke natuurervaringen (‘extinction of experience’) en de versnelling die het gevolg is van opeenvolgende generaties die elk weer minder dan de voorgaande verbonden zijn met de natuur (‘intergenerationele amnesia’). Na deze diagnose wordt verkend wat er tegen gedaan kan worden en wat er al gedaan wordt. Daarbij wordt aangesloten bij het concept ‘biophilia’: de natuurlijke neiging bij mensen in het algemeen en kinderen in het bijzonder om zich te verbinden met natuur. Hierbij wordt ook aandacht gegeven aan angsten voor natuur en hoe daarmee om te gaan. Het tweede deel handelt over leren zorgen voor natuur – naar een zorgperspectief op natuur- en milieueducatie. Hier worden de noties van de eerste dag in een breder filosofisch – pedagogisch kader geplaatst, n.l. een ethiek en pedagogiek van zorg. ‘Zorg’ heeft in de gangbare ethiek vooral betrekking op de zorg voor mensen. Zorg kan echter ook betrekking hebben op dieren, planten, dingen, plaatsen, ecosystemen. Hierin wordt aangesloten bij de feministische zorgethiek en bij het ecofeminisme in filosofie, theologie en pedagogiek.
Nicole Note zal ingaan op natuur als onmisbaar element in de zinervaring van volwassenen. We kunnen voelen dat iets ons overstijgt. Het is niet alleen zo dat wij zin geven aan de wereld, ook omgekeerd is er de passiviteit van zin ontvangen. Wij kunnen geraakt worden door de natuur op een diepgaande manier, wat herbronnend werkt, en een vollere zinervaring inhoudt. We koppelen dit aan zelfverstaan en aan ethiek, nl door een vollere ervaring van zin zullen we ook onszelf breder begrijpen, en potentieel ethischer in de wereld staan.
Hanne Delbecque vertolkt een stem uit de praktijk. Als JNM'er en als pedagoge vertelt zij ons wat voor haarzelf de betekenis van natuur is en hoe binnen JNM kinderen bij de hand worden genomen en geïntroduceerd in de kennis van en liefde voor de natuur.